Ik zen er feer op!
Brusseleir! stelt communicatie scherper
Samen met communicatiespecialist Jan Cordemans zet Brusseleir! in op nog intensere en meer herkenbare communicatie naar een breder en jonger publiek. De liefde voor Brussel en voor het Brussels dialect wordt daarbij telkens weer benadrukt: Ik zen er feer op!
Interview: Michaël Bellon
Foto: Barbara Vandendriessche
Jan Cordemans is al decennia actief in de sector van communicatie en marketing. Als grafisch vormgever en campagnebedenker bedacht hij baanbrekende nieuwe huisstijlen, slogans en campagnes voor tal van bedrijven en organisaties. Als absolute Brusselfan heeft hij ook een voorgeschiedenis bij Brusseleir! als het gaat over communicatie en vormgeving. “Rond 2020 heb ik met veel plezier meegeholpen aan de herpositionering, de nieuwe huisstijl en de nieuwe manier van communiceren die gepaard ging met de naamsverandering van be.Brusseleir naar Brusseleir!,” recapituleert Cordemans. “Dat heb ik toen gedaan op basis van technieken die ik leerde uit mijn reclamewerk voor klanten met ons bureau Quattro, of door in Engeland met een bureau als Saatchi & Saatchi samen te werken. Uiteindelijk zijn die technieken erop gebaseerd dat je zo diep mogelijk in de ‘ziel’ probeert te kijken van het bedrijf of de organisatie om te achterhalen wat hun unieke verhaal is. Ieder mens, ieder bedrijf heeft iets dat uniek is, is dat hen onderscheidt van hun concurrenten. Pas als je dat hebt kan je juister communiceren dan met de klassieke clichés waar veel bedrijven mee naar buiten komen. Het gaat dus eerder om een stukje psychologie, dan om een traditionele marketingaanpak. Zo zijn we tot een volledige nieuwe look en feel gekomen voor Brusseleir!, met het nieuwe logo, de vernieuwde website, en nog allerlei andere ingrepen die ook de naamsbekendheid ten goede kwam.”
Die aanpak heeft gewerkt. Maar stilstaan is achteruitgaan, dus blijft Brusseleir! vooruitkijken. Cordemans: “Brusseleir! wil zichzelf nog verbeteren, en zijn doelgroep nog vergroten. Zo is Brusseleir! niet alleen theater in het Brussels dialect. Het imago van de komische toneelstukken is veel waard, en moeten we koesteren. Als het Brussels Volkstejoêter binnenkort ‘De Canadese Muur’ van Tom Lanoye en Herman Brusselmans bewerkt, bewijst het gezelschap hoe bijdetijds het wel is. Maar Brusseleir! is nog meer. We willen evengoed jonge gasten bereiken die in het Brussels rappen, maar ook de mensen uit de Brusselse Rand meer betrekken. Om zoveel mogelijk mensen bij Brusseleir! te verwelkomen moeten we de communicatie aanpassen.
Van de jeugd in het stadscentrum tot uitgeweken Brusselaars in de Rand: iedereen gaat met het Brussels op zijn eigen manier om, en dat maakt het ook zo plezant en levendig. Destijds kwam ik al uit bij het woord ‘mélange’. De Brusselaar is een mélange van veel volkeren. In de geschiedenis zijn de Spanjaarden gepasseerd, de Oostenrijkers, de Fransen… en iedereen heeft wel iets achtergelaten in die mélange die de Brusselse mentaliteit uitmaakt. De laatste decennia zijn daar weer nieuwe mensen bij gekomen uit Europa, Afrika en de rest van de wereld. Die vormen ook mee Brussel, geven een draai aan de taal, en doen er iets creatiefs mee. Dialect past zich constant aan en Brusseleir! kan daar op inspelen.”
“Dat miste ik: een baseline die je zowel op een pet of een
t-shirt kan drukken, als op Instagram of de website kan gebruiken.”
De boodschap is dus: de herkenbaarheid behouden, maar het bereik nog vergroten. Een grotere aanwezigheid op sociale media is daar een middel toe. Een consequentere communicatiestijl ook. “Het is bijvoorbeeld goed om een herkenbaar en verbindend element te hebben in je communicatie. Dat kun je vrij gemakkelijk oplossen als je een goede slogan vindt. Een goede kreet die je verhaal duidelijk maakt. Dat miste ik: een baseline die je zowel op een pet of een t-shirt kan drukken, als op Instagram of de website kan gebruiken. Ik denk dat we die nu gevonden hebben met ‘Ik zen er feer op!’. Die slogan drukt de trots uit om Brusselaar te zijn, deel uit te maken van wat Brussel is, en het dialect te spreken. Ook al heeft Brussel zijn moeilijke kanten.
Als we nu een nieuwe affiche ontwerpen, of een filmpje maken dat gebruikt wordt om te verjongen en nieuwe doelgroepen aan te spreken, dan zal die slogan daar opstaan. Het is een kreet die mensen gemakkelijk onthouden en kunnen overnemen Als je hem maar genoeg blijft herhalen en af en toe opnieuw uitlegt. Dan wordt het echt een element dat alles bij elkaar kan houden.”
