DE NEUVEN BRUSSELEIR ES GARRIVEID


“In elke conversatie zal een stukje Brussels zitten”
Geert Dehaes, Algemeen Directeur – Johan Verminnen, Voorzitter

Storm Evert komt aan wal, maar dat kon ons niet deren om koers te zetten richting Hansbeke, waar Johan Verminnen woont. De wind waait er over de uitgestrekte velden en probeert knopen te leggen in de takken die vervaarlijk buigen, maar niet breken. Brussel zit in Johans binnenzak, samen met de gekerfde bomen en sinds geruime tijd is hij voorzitter van de vereniging. Johan bracht in 1976 een van zijn bekendste hits uit met ‘Brussel’, tevens het geboortejaar van Geert Dehaes Algemeen Directeur van Brusseleir! Uiteraard hebben zij meer gemeen dat dan alleen. Samen zorgen zij voor het bewaken van het Brussels dialect als erfgoed voor de toekomst. 2020 zal de relieken ingaan als een moeilijk jaar, maar ook het begin van een nieuw hoofdstuk voor be.brusseleir dat voortaan Brusseleir! wordt. Ze zijn dankbaar dat het ondanks alles goed gaat met vereniging, mede door het harde werk van Geert en de Brusseleir!-familie en de hoopvolle gezondheidstoestand van de vereniging. Hoog tijd om te vragen hoe dat zo gekomen is en wat de kracht is van het Brussels en een organisatie zoals Brusseleir! Ondertussen leren we ook ineens dat met een zjat kaffei op foto’s staan een leugen is, te meer omdat die niet de intentie heeft warm te blijven als je opgaat in een boeiend gesprek over het Brussels, dat Union en RWDM supporters soms lijnrecht tegenover elkaar staan maar elkaar altijd zullen terug vinden in hun dialect, dat Johan Verminnen in mei 70 lentes op de teller zal hebben staan, Jacques Brel al wist dat je een omelet geen twee keer kan bakken en de geruststellende gedachte dat het Brussels altijd zal blijven bestaan! Voesj mé de koesj!

Hoe is het Brusseleir!-verhaal begonnen voor jou, Johan?

Geert had door de oprichting van be.brusseleir vzw, nu brusseleir! de opdracht op zoek te gaan naar een gedegen raad van bestuur. Hij contacteerde mij  met de vraag of ik dat niet zag zitten. In feite wilde hij er vooral mensen bij betrekken die reeds andere paden betraden in hun leven. Uiteindelijk is dat een van Geerts meesterzetten gebleken en is hij zeker in zijn opzet gelukt. Hij slaagde er als het waren in een panoplie bijeen te rapen die tevens het beeld weergaf of de weerspiegeling was van de hedendaagse maatschappij. Mensen die al iets betekend hadden in de functie de ze uitoefenen in het heden of in een niet zo ver verleden. Tony Mary heeft meer dan zijn sporen verdient bij de VRT, alsook Jan Hautekiet die als geen ander weet hoe de media in elkaar zit en recent nog kwam de rector van de VUB erbij , Caroline Pauwels. Om nu maar een paar voorbeelden te noemen. Zij kunnen allen iets wezenlijks bijbrengen van buitenaf. We hebben ieder een ander beeld van Brussel  en van de vereniging. Deze is voornamelijk gefundeerd op het Brussels Volkstejoêter, wat goed is voor de publiekswerking, maar het hele gegeven en de werking van de organisatie gaat veel verder en is veel breder dan dat alleen. Brussel is multicultureel en tegelijkertijd zó uniek, er wordt Frans én Nederlands gesproken. Die gedachte moeten we steeds in het achterhoofd houden voor de verscheidenheid aan activiteiten die we ontwikkelen.

Geert, waarom is de keuze op Johan gevallen?

Op dat moment werden drie verenigingen vereffend, namelijk Ara!, het Brussels Volkstejoêter en de Academie van het Brussels, het was zaaks om de neutraliteit binnen die fusie te bewaren. Dat kon door er mensen bij te betrekken die er buiten stonden, maar wél genoeg voeling hadden. We werkten voorheen al met Johan samen voor het organiseren van concerten. Het was een logische keuze hem het voorzitterschap voor te leggen, naast zijn voorliefde voor het Brussels dialect. De mensen die in het bestuur gekomen zijn, zijn van verschillende pluimage. Luc de Smet is bijvoorbeeld gepokt en gemazeld in het theaterwezen, velen van de leden kennen de media goed en Veronique De Tier is dan weer fulltime bezig met taal. Elkeen van dit bestuur had toch iets met de hoofdstad op de een of andere manier. Het zou een versterking betekenen voor de organisatie omdat zij voornamelijk eenzelfde idee over Brussel hadden en elkaar daardoor in een goede verstandhouding konden vinden.

Johan: Het heeft ook veel met respect te maken vind ik. Net daardoor zitten we allemaal grotendeels op dezelfde lijn en klikt het, dat is het begin van alles. Stuk voor stuk omarmen we in de eerste plaats het erfgoed, het dialect en de mensen. Dat allemaal zit in deze bestuursraad. Het kwam erop aan ervaren mensen te zoeken, waarbij er kon gerekend worden op hun feedback. Vele van de leden zijn het gewoon om te vergaderen door hun beroepsleven, dat helpt om de zaken vooruit te laten gaan en de tijd die we samen doorbrengen nuttig te besteden. Al deze aspecten maken deel uit van de sterkte van deze raad en de vriendschap die eruit onstond.

De vereniging is natuurlijk meer dan het bestuur ervan alleen?

Johan: Absoluut, ik wil graag benadrukken dat de leden de vereniging maken tot wat ze is. Ook in de omgekeerde richting meen ik er zelfs aan toe te kunnen voegen dat zij op hun beurt eveneens trots zijn op hun raad van bestuur. Dat ze het appreciëren dat we over het muurtje piepen af en toe, om te kijken naar andere mogelijkheden om verder te kunnen blijven groeien. Ik vind het overigens verwonderlijk hoe een vereniging als de onze met slechts 2 mensen die vast in dienst zijn erin slaagt om dit gebolwerkt te krijgen. Natuurlijk zijn zij goed omringd en hebben ze veel steun aan de  vrijwilligers die bovendien zeer voorbeeldig werk leveren. Maar toch! Ik ben nog altijd zeer blij deel te mogen uitmaken van dit verhaal, te meer omdat het me blijft boeien. Onderhand ben ik op een leeftijd gekomen dat ik breek met veel dingen, maar deze vzw blijft me bekoren, het is als een familie waarin je opgenomen wordt.

Geert: Laatst maakte ik een oplijsting van alle mensen die ooit door ons werden omkadert, of waarmee we hebben samengewerkt en een verbinding mee hebben. Het resultaat was een netwerk van om en bij de 240 mensen. Door de jaren heen hebben we afscheid moeten nemen van een aantal mensen. Maar ook al zijn zij er fysiek niet meer bij, we mogen hen niet vergeten, zij behoren nog altijd tot onze familie. Het is frappant soms, wat mensen achterlaten aan archieven voor ons. Zoals bijvoorbeeld iemand als wijlen Marcel de Schrijver. Elke dag lees ik zijn boek, het is onwaarschijnlijk wat deze man voor ons betekent heeft en voor het Brussels.

Wat vind je van de neuven Brusseleir!, Johan?

Een vereniging kan dezer dagen alleen maar verbreden en haar best doen om aansluiting te vinden bij een groter publiek. Ik vind dat ze hierin goed werk hebben geleverd, ook de manier waarop het is gedaan vind ik geslaagd. Het nieuwe logo is zeker een schot in de roos. Het is een nieuw logo, maar eigenlijk is het niet meer dan een normale evolutie. Die be.brusseleir was een beetje teveel internet voor mij omzeggens. We zeiden onderling van in het begin al vaker dat het vergadering was van ‘den Brusseleir’.

Geert: Indertijd hadden we ingespeeld op het populaire Be.Brussels van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die deze term gebruikten voor het aanduiden van allerlei projecten die ze ontwikkelden. Dat was een idee van Ann Van Driessche, toen werkzaam bij Muntpunt en nu hoofd marketing van de VUB. Het idee is nu eerder van te werken volgens het bottom up, top down principe. Op deze manier zijn er veel meer linken met partners en stakeholders die associaties vergemakkelijken, waardoor we sneller in hun communicatie kunnen worden opgenomen. Dat is naar de toekomst toe heel belangrijk, vooral als we een jonger publiek willen aanspreken.

De identiteit van een Brusseleir kan je dat omschrijven?

Johan: Een Brusseleir is meer dan een woord alleen, het is een gevoel. Het is iets dat lééft, iets volks, een Brusseleir heeft een Bourgondische levensstijl die verbindend werkt. Een echte identiteit die ook in de manier van denken zit. Je zou kunnen zeggen dat het synoniem staat voor ruimdenkendheid en sympathie. Ik bekeek daarnet een documentaire over Raymond Goethals, het Brussels zijn van den tuuveneir wordt zelfs in het buitenland, zoals bijvoorbeeld in Marseille geadapteerd en aanvaard.

Geert: Dat klopt, ik had het net een gesprek in het Brussels met een Unionsupporter in hart en nieren. Misschien is dat nu toevallig net niet mijn favoriete ploeg. Maar de dynamiek en zwanze die eruit ontstaat is werkelijk ‘tereebel’. Naar aanleiding van de derby tussen RWDM en Union maakte Bruzz een reportage rond de supportersliederen, deze werden uiteindelijk ten berde gebracht door The Brussels Philharmonic Orchestra, verrassend hoe schoon deze liederen zijn en hoe ze tot stand zijn gekomen. Dat is ook de kracht van Brusseleir! en door de nieuwe aanpak van communiceren kunnen naar alle generaties toe groeien. Het Brussels heeft iets sympathiek. Het is de bedoeling om het dialect nog meer onder de aandacht te brengen en de mensen te benaderen op een andere manier, waardoor we een community of gemeenschap kunnen opbouwen. Voordien leerde men ons kennen via onze projecten, nu proberen we andersom te werken en de band met de mensen voorop te zetten.

“Brusseleir is meer dan een woord, het is een gevoel”

Het moet gezegd Johan, je wordt 70 dit jaar, staat er iets gepland om dat te vieren?

Goh, et krokt van taaid ‘n betsje mier, mo ’t goê nog (lacht). Natuurlijk was er een plan om dat uitgebreid te vieren met grote optredens in de Ancienne Belgique, de Casino van Oostende en de Roma in Antwerpen. Maar dat wordt uitgesteld. Het goede nieuwe is dat er een boek aankomt, dat ‘Mooie Dagen’ gaat heten naar aanleiding van interviews die journalist Karel Michiels afnam en uitkomt bij uitgeverij Houtekiet. Een relaas van ettelijke maandagnamiddagen dat ik hem vertelde over mijn leven, mijn carrière, muzikanten en Brusseleir! komt natuurlijk ook aan bod. Daarnaast verschijnt er een box van 4 cd’s bij Universal Music met 70 van mijn mooiste liedjes, Verminnen 70. Er komt zelfs een vinylversie van. Zo’n dingen zijn belangrijk voor een zanger. Na corona wil ik er echt weer vollen bak tegenaan. Dat was in eerste instantie het plan, 3 jaar volle gas met een uitgebreide tournee. Door de crisis ben ik nu wel een jaar kwijt, corona pakt mij een jaar af! Dus pakt alleman dat vaccin, dat we vanaf november de zaal in kunnen hè (lacht)!

De coronacrisis was voor niemand makkelijk, heeft het je toch iets bijgebracht?

Johan: We leven in een rare tijd en dat is voor vele mensen een uitdaging geweest. Je wordt in feite teruggeworpen op jezelf. Voor een artiest als ik werkt dat averechts, ik zal in tegenstelling tot wat mensen verwachten in deze veelal eenzame periode zeker niet mijn grote meesterwerken schrijven. Het ontbreekt mij aan sociaal contact, ik heb dat nodig. Sterker nog, ik moet mij vrij voelen en nu voel ik mij hoegenaamd niet vrij! Op dit moment houd ik mij vooral bezig met de correcties van het boek dat eraan komt en ik treed ook op in de 24 uren marathon in het Sportpaleis als gast van Miguel Wiels.

Geert: Ik ben vooral blij dat onze vereniging ondanks alles breder is kunnen gaan werken en dat we onze rug gerecht hebben. Je zou 2020 een coronajaar kunnen noemen, maar wij zijn steeds acties blijven ondernemen met onder andere ‘TV teige Corona’ en het uitbrengen van een nieuwe Brusselse hymne ‘Oo zit dat ee’ in samenwerking met Marka. We zijn erin geslaagd ons publiek te blijven aanspreken. De Weik van ’t Brussels hebben we op een andere manier aangepakt en gemerkt dat je online ook heel wat kan doen dat goed aanslaat door het inzetten op de sociale media. Het is natuurlijk enerzijds ongelukkig dat we niet kunnen buitenkomen met het Brussels Volkstejoêter, maar anderzijds hebben we ons niet laten doen en zijn we blijven nadenken over hoe we de toekomst het hoofd kunnen bieden.

Johan: De crisis heeft het creëren van Brusseleir! eigenlijk mee in de hand gewerkt en ervoor gezorgd dat er tijd en ruimte was om dit tot stand te brengen. Zodat we in de toekomst een breder publiek kunnen aanhangen.

Welk perspectief heeft de vereniging volgens jullie?

Johan: Door het eigenlijk helemaal te gaan open trekken, krijgen we de kans om ze duurzamer te maken. Het is namelijk zo dat je jongeren mensen moet aantrekken om het in leven te houden. De nieuwe communicatie zal hierin een grote rol spelen, ook naar de buitenwereld toe. Brusseleir! is immers geen folkloristische verenging, dat is ze nooit geweest. Maar ze waakt over erfgoed met acties die actueel zijn en door een breed publiek gedragen kunnen worden. De grote opdracht bestaat erin dat je wanneer je aan iets werkt, je op tijd op zoek moet gaan naar de juiste persoon om de fakkel door te geven. Ik zie het aanstellen van een jongere voorzitter in de toekomst als een gezonde evolutie.

Geert: ik volg Johan hier wel in. Na twintig jaar Brussels Volkstejoêter en daar twintig jaar op een succesvolle manier mee bezig te zijn is de gedachte om er mee te stoppen wel eens door mijn gedachten gegaan. Het had een mooi moment kunnen zijn om te eindigen. Het theater zoals wij het kunnen realiseren is fantastisch, maar heeft ook zijn limieten. Je moet goed nadenken over hoe je dat kan blijven verder zetten. Er komt altijd wel iets beter uiteindelijk. Maar het was absoluut geen optie om ermee te stoppen in coronatijden. Dan is het net belangrijk om perspectief te bieden aan de vereniging en je publiek en tijd.

Johan: Ook op artistiek vlak is dat niet altijd simpel. Het stuk “ ’n Kat es gin Poos”, gebaseerd om Shakespeares ‘The Taming of the Shrew’ was niet het populairste stuk bijvoorbeeld, maar wel een zeer vooruitstrevende manier om met deze poëzie en verzen naar buiten te komen met het Volkstejoêter. Ik geloof dat we dat segment in de toekomst nog meer kunnen aanboren en vernieuwend uit de hoek kunnen komen.

Geert: Het geheim zit hem ook wel in het heruitvinden en dat we dat kunnen doen. Potentieel hebben is cruciaal. Maar tot je laatste dag per se in een vereniging willen blijven is dan weer ook niet de bedoeling. Het is gezonder dat er na verloop andere mensen in de plaats komen. Ook naar je publiek toe mag je dat niet onderschatten qua geloofwaardigheid en wat dat doet voor het imago van de werking. Johan en ik zijn een goede tandem en ik hoop dat we die samenwerking in de toekomst nog even kunnen aanhouden. Jezelf heruitvinden is belangrijk, maar als één van de twee aangeeft dat het genoeg is geweest, dan aanvaarden we dat van elkaar. Het is zoals Jacques Brel zei: een omelet kan je geen twee keer bakken. Ik denk dat dat voor ons, onze samenwerking en de vereniging ook wel zo is.

Een taal is steeds in beweging, hoe zit dat met het Brussels?

Geert: Het Brussels is een taal die evolueert zoals dat elders ook het geval is. Het dialect wordt beïnvloedt door andere culturen, in onze werking zijn er eveneens mensen die komen en gaan. We halen het maximum uit onze samenwerkingen. De taal zal hoe dan ook haar fond behouden. Ze is doorspekt met blijdschap, zwans en zelfspot. Het Brussels taalgebruik staat los van het dialect op zich. Je kan heel breed gaan in de woordenschat die je combineert en in welke context je deze gebruikt.

Johan: Het Brussels zal andere talen in zich meedragen en nooit helemaal verdwijnen. In Engeland spreken ze vooral in Oost-Londen het Cockney-dialect. een taal die veelal geassocieerd wordt met de arbeidersklasse. Ook daar wordt het gebied waar het dialect gesproken wordt steeds kleiner. Maar daarin schuilt net haar heden én verleden. Alle talen hervormen zich, zo ook het Cockney, maar hoe je het draait of keert, het zal altijd Cockney zijn.

Geert: Een taal is s afhankelijk van de omgeving waarin ze gesproken wordt. Het Aalsters bijvoorbeeld doet zich voor in een bepaalde context, maar die van Brussel is grootser, dynamischer en wereldser. Er komen steeds woorden bij , sommige woorden verdwijnen, kortom het evolueert en dat is het boeiende eraan.

Johan: In elke conversatie zal er altijd een stukje Brussels in zitten. Is dat nu geen schone gedachte?

Geert; J’ai dit!

Johan: Ja voilà, ‘k em gezeid

interview: Veerle Van den Cruijce – foto’s: Guido Van den Troost