De Fuur es doê! Van 17 juli tot en met 22 augustus!

Zoals elk jaar slaat de Zuidkermis haar tenten op langs de Zuidlaan. Dit jaar vanaf 17 juli tot en met 22 augustus. Er staan honderden attracties voor jong en oud. Naast traditionele kermisattracties zijn er ook de meest moderne toestellen. Dit jaar zijn ze er al aan de 140ste editie toe, astableeft!

Afgelopen najaar verkozen we de forains samen met hun voorzitter Patrick De Corte tot Brusseleirs vè ’t leive. Chloë van Doorslaer die binnenkort te zien in de nieuwe theaterproductie is ook een rasechte forain en heeft haar eigen kraam op Zuidfoor. Voor collega patrick De Corte werd de erkenning als Brusseleir vè ’t leive een soort van lifetime achievement award. Hij vertolkt al jaren in sappig dialect de stem van de Brusselse foorkramers. De familie van de rasechte forain, die frieten, smoutebollen, wafels en beignets verkoopt, gaat al vijf generaties mee in het Brussels foorleven. De Corte stond steevast op de frontlinie om het voor zijn forains en de toekomst van de Zuidfoor op te nemen. De kermis maakt immers deel uit van ieders jeugd en een Brusselse cultuur die niet verloren mag gaan. En nu mag het eindelijk weer!

Hieronder kan je een extract lezen uit het interview met Kevin en Chloë Van Doorslaer:

KEVIN EN CHLOË VAN DOORSLAER, THE KIDS ARE BACK IN TOWN

‘NE FORAIN ES NE FORAIN”

Het moet wat geweest zijn daar in die woonwagen van moeder- en vaderlief wanneer Kevin en Chloë het moment daar achten voor alweer een wervelende show bij de een of andere gelegenheid, zoniet élke gelegenheid. Het entertainen zat hen in het bloed en dat had iedereen willens nillens al zeer vroeg in de gaten. Er zijn veel gelijkenissen tussen Kevin en Chloë, behalve dat ze een paar genen delen. Ze werden beide geboren in een echte Brusselse foorkramersfamilie, trokken daarna naar de VS om werk te maken van een filmcarrière, daar droomden ze immers beide van. Ook al leidde dit tot een breuk met het foorleven, het was de enige manier. Hun levens zijn een soort cirkels die dan eens dichter of verder uit elkaar komen, mekaar overlappen en een soort cyclus vormen, dan weer apart verder bewegen. Een opeenvolging van gebeurtenissen als het ware, meestal en stoemelings. Behalve acteur en komiek, is Kevin tegenwoordig ook scenarist en regisseur. Met succes, want zijn eerste kortfilm ‘Rendez-vous mè Dieu’ viel in de prijzen op enkele festivals en hij schreef Chez Charlotteke voor de liefhebbers van de echte Brusselse komedie. Zijn jongere zus keerde terug naar de foor met haar man, maar het podiumbeest in haar was achteraf gezien slechts in winterslaap overgegaan en nog niet helemaal klaar definitief afscheid te nemen van applaus en publiek met een rol in de volgende productie van het Brussels Volkstejoêter tot gevolg. Reden te meer om hen als duo te vragen hoe dat precies zat met dat acteren en het foorleven!

Kan je iets meer vertellen over dat Bargoens en de foor?

Kevin: “Het Bargoens dat wij spreken is een soort Brussel-Vloms dat je kan vergelijken met het Brussels of Bargoens uit de Marollen, maar het is niet helemaal hetzelfde. Het is voor mij de toêl van de forains”. “Als de kinderen stout zijn zeggen we: ‘zijt mo braaf of de linkebinke komme aa oele’. Linkebinken zijn ‘stoute meneren’”,  gaat Chloë verder. Kevin: “Als mijn dochter iets wil geheim houden of als ik iets niet mag doorvertellen zegt ze ook iet typisch Bargoens. Wacht, ik geef een voorbeeld: stel dat ze bij oma koekjes heeft gepakt terwijl dat eigenlijk niet mocht, dan zal ze me aankijken terwijl ze haar vinger op haar lippen legt en ‘schoftda’ zegt. Waardoor ik weet dat het ons geheimpje is. Ik heb geen idee waar het woord vandaan komt. Het Bargoens is in principe een mengeling van Roemeens, Hongaars en Duits dat ontstaan is door het rondtrekken van foorkramers. De kermis is per definitie ontstaan rond de kerk in West-Europa, wanneer er feestdagen of festiviteiten waren met carrousels, jongleurs. Iets nieuws qua technologie, wetenschap of uitvinding werd vaak eerst op de kermis uitgetest. Op de kermis vond je immers de eerste tandartsen en cinema’s. Het is een gegeven dat in de laatste 100 jaar sterk geëvolueerd is, maar toch blijft de foor haar nostalgisch karakter behouden. Lange Jojo zegt bijvoorbeeld zelf dat mensen hem ontdekken of kennen door de kermis, zijn liedjes worden al generaties lang op de kermis gedraaid, waardoor jonge kinderen ook klassiekers als “Jules Ceasar” en “Jef, un p’tit verre on a soif!” kunnen meezingen. Zo blijven veel tradities en muziek bijvoorbeeld voor een deel bewaard. De kermis brengt een mix van oude en nieuwe dingen”.

Hoe zag het leven op en rond de kermis eruit voor jullie? Met welke attracties zijn jullie groot geworden?

Kevin: “Binnen onze familie hadden we een kindermolen die zeker al 4 of 5 generaties in onze familie was via de moeder van onze vader. Toen ik naar Amerika vertrok en daarna ook Chloë besloot om de grote plas over te steken hebben we de molen verkocht aan een neef. Mijn vader had tot nu een schietkraam, maar hij gaat binnenkort op pensioen. Dus voorlopig stopt de lijn daar min of meer”. Chloë: “via mijn man in de Kempen doe ik nog altijd de foren aan, wij hebben een paardenrace of derby waarmee je door het gooien van balletjes je paard als eerste over de finish moet krijgen. Er is geen sprake van een hiërarchie binnen de gemeenschap van forains. Je kan wel een onderscheid maken tussen foorkramers die enkel de wijkkermissen doen binnen de 19 gemeenten of diegene die vooral de grootsteden aandoen, maar in principe is er geen rangorde. Ne forain is ne forain. Vanaf het eerste leerjaar gingen naar het internaat voor foorreizigers- en schipperskinderen in Etterbeek. In het weekend en tijdens de vakanties waren we dan thuis en op de foor. “Heel het jaar lag dat vast waar we zouden zijn afhankelijk van de kermiskalender”, vult Kevin aan. “Onze geboorteplaatsen trouwens ook. Chloë werd bijvoorbeeld in Leuven geboren, omdat de kermis in september in Leuven stond. Ik ‘zen nen ajoin’ want ik ben in februari in Aalst op de wereld gebracht met de carnavalskermis. Al een geluk dat het geen oktober geworden is, want dan staan we in Luik (lacht)!”. Vroeger werden de kinderen zoals dat elders ook zo was thuis geboren, bij ons was dat in de caravans en dan later in het ziekenhuis zoals dat tegenwoordig overal gaat”.

Is de Zuidfoor in haar huidige vorm anders dan ze toen was?

“Ik heb al overal gestaan op de Boulevard du Midi, in het midden, vanboven en onderaan zoals wij dat noemen. Vorig jaar zijn we niet kunnen gaan door de coronacrisis, omdat de foor geannuleerd werd, vertelt Chloë. Mijn eigen kinderen zullen nooit kunnen doen wat ik allemaal uitstak op de foor daar. We gingen naar het centrum te voet, dat is nu toch een andere tocht dan toen. Vandaag is alles goed gebarricadeerd en afgesloten. Het is meer een dorp op zich geworden. Dat heeft natuurlijk ook zijn charmes, ze zullen er gewoon een andere jeugd beleven dan ik. En toch ben ik blij met de evolutie daar. Toen ik terug was van Amerika wilde ik kost wat kost mijn carrière als actrice pushen, ik stond niet op de foor en werkte op de Thalys om geld te verdienen. Vanuit de trein had ik zicht op foor. Ik kon me niet ontdoen van de gedachte wat ik daar eigenlijk zat te doen op die trein. Ik miste mijn vrienden, familie en het foorleven. Nu heb ik een plek op de foor van de Midi , samen met mijn man, waarbij we uitkijken op de Thalys, dat is toch een leuker perspectief vind ik (lacht). De Zuidfoor zal altijd speciaal blijven voor mij.”

Beseften jullie dat het foorleven iets bijzonders is?

Kevin: “ik speelde voetbal in Zaventem en Molenbeek, daar kwam ik in contact met ‘niet-forains’ omzeggens waardoor ik besefte dat hun wereld veel kleiner was. Ik begreep toen meer dan ooit hoe speciaal ons leven was. Wij waren altijd wel ergens weg. Dankzij dat rondreizend leven weet ik overal mijn weg en ken ik op veel plaatsen altijd wel iemand. Door die levensstijl hebben we een kennis van ons land en van de talen of dialecten die overal gesproken worden, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Januari was een maand zonder kermis, het was dan ook koud in het Zuidelijke deel van Europa waardoor we er nóg verder op uittrokken. We deden dat samen met alle forains, dat was telkens een groot feest dat ons onder andere tot in Indonesië en Amerika bracht. Op school hadden we onze vrienden, die we dan ook in het weekend zagen op de foor en in de vakantie. Laat ons zeggen dat forains ondereen, dat dat makkelijk is, we komen uit dezelfde wereld die heel rock ’n roll was en een totaal andere levensstijl inhield. Het feit dat onze ouders altijd aan het werken wanneer andere ouders vrij waren woog af en toe wel zwaar. Het kwam wel vaker voor dat we onze ouders nog wilden zien en te slapen werden gelegd tussen de prijsknuffels als het intussen laat geworden was. Maar al bij al wegen de nadelen niet op tegen de voordelen van een vrijer leven, ik heb het forainleven altijd als heel positief ervaren. Het is een beetje als het artiestenleven, misschien net daarom dat ik mij daar goed bij voel. Ik heb tijdens mijn periode in Amerika andere 9 to 5 jobs moeten combineren met mijn acteerwerk anders was ik niet rondgekomen. Verder loopt het wel min of meer hetzelfde. Je bent dan evenzeer veel onderweg, waarbij je vooral in het weekend en ’s avonds bezig bent waardoor het totaal geen nine to five job is is, net zoals op de kermis. Vandaar dat de huidige crisis die we meemaken voor onze sector ook zo ingrijpend is, dan spreek ik voor zowel de forains als de acteurs en mensen van het artistiek circuit. Wij zijn het absoluut niet gewend om in het weekend thuis te zijn. Dat is ook aanpassen”. Chloë: “Tijdens de winterstop zijn we sowieso thuis. Afgelopen zomer was dat wel even anders toen veel kermissen werden afgelast, dit is normaal een druk seizoen voor ons. Ik was nog nooit thuis geweest tijdens de zomer. Eerlijk gezegd wou ik altijd al eens een zomer thuis spenderen omdat iedereen dan thuis is en je zelf constant aan het werk bent, maar ik zou echt willen dat het de eerste en laatste zomer thuis is geweest! Het thuisblijven en alle gevolgen van de maatregelen waren lastiger dan ik dacht. Ik ben blij dat we kunnen herstarten met het en dat we dan terug vertrokken zijn.”

Hoe bevalt het leven in een woonwagen?

“Hoewel ik niet echt meer actief ben als forain leef ik in een woonwagen. Ik denk dat dat nooit meer weg gaat, ik blijf cent pourcent forain. Mijn woonwagen geeft mij een gevoel van vrijheid. Mijn deur doe ik al twee à drie jaar niet op slot, voilà nu weet iedereen het”, grapt Kevin! “Ik kocht een stuk grond in de Kempen voor mijn caravan en het materiaal van de kermis op te bergen. Ook al is het daar in de winter redelijk koud omdat de wind vrij spel heeft door de gaten en kieren, mij krijgen ze niet uit mijn caravan! Ze moeten mij er maar komen uithalen als het moet”, zegt Chloë. “Jaja,  het kan er koud zijn, toch zijn er voordelen”, merkt Kevin op. “Tijdens de repetities van mijn One Man Show bleef ik af en toe bij mijn manager Marka in Linkebeek slapen omdat dat makkelijker was. Marka is overigens de vader van Angèle en Roméo Elvis en zelf bekend van de legendarische Belgische funkgroep Allez Allez in de jaren 80. Marka zei dat ik dan in 1 van de bedden van de kinderen mocht kruipen, alwaar ik me erover kon verbazen hoe koud het daarboven wel niet kon zijn. Uiteraard stak ik mijn ongenoegen niet onder stoelen of banken waarop Marka fijntjes opmerkte dat het volstrekt normaal was om niet je hele huis van onder tot boven te verwarmen. In een woonwagen zet je gewoon overal een vuurtje en het is er lekker warm”.

Chloë, als alles goed gaat ben je te zien in de volgende productie van het Brussels Volkstejoêter (BVT) ‘Mooste weite wa da’k paas’?

“De bisjkes om te spelen zijn terug beginnen kriebelen door het spelplezier van ‘Chez Charlotteke’ en toen besloot ik Geert te contacteren om te vragen of ik niks kon betekenen voor hen als actrice. En zo geschiedde. Het is niet simpel nu met de repetities, ook niet met 2 kinderen erbij, om dan tegen acht uur ’s avonds met volle energie te repeteren. Maar eens ik daar ben, heb ik energie voor 15 mensen en valt dat allemaal van mij af. Tijdens de eerste repetitie was quasi iedereen daar, van make up tot regisseurs, costumières tot decors. Dat was zalig! Ik wil gewoon blijven spelen omdat mij dat gelukkig maakt. Ik zie de anderen en ben content van daar te zijn. Uiteindelijk of ik nu een wereldster zou zijn die overal herkent wordt of in een klein theater hier mijn ding kan doen maakt me al lang niet meer uit, ik wil niets liever dan acteren. ‘Mooste weite wa da’k paas’ is daarenboven een fantastisch theaterstuk! Zelfs al doen we nu nog maar lezingen, ik vind het echt al hilarisch bij momenten. De andere acteurs waarmee ik samenwerk zijn stuk voor stuk super, voor mij zijn dat helemaal geen amateurs, integendeel! Het pakt me elke keer weer, het komische aspect is er soms los over en tegelijkertijd is het emotioneel en komt er toch een bepaald gevoel bij. Tussen een lach en een traan, zo kan je het misschien het beste omschrijven.”

Brusselaars of Forains?

Kevin: “dat gaat hand in hand he! Uiteraard voelen we ons 100 procent echte Brusselaars, pour la petite histoire moet ik zeggen dat ze langs moeders kant van Aalst zijn en mijn bompa van Kortrijk.  À la fin zijn we allemaal forains. Dus, ik denk dat we ons vooral forain voelen. Ikzelf heb pas ontdekt hoezeer ik me verbonden voel met dit gegeven, toen ik er al weg was. Maar een forain heeft ook een beetje dezelfde mentaliteit zoals een Brusseleir die heeft, beiden hebben ze een toffe manier om met de mensen om te gaan. Ze maken veel lawaai, hoewel ze telkens het respect voor de mensen met wie ze omgaan bewaren. Een Brusselaar heeft dat ook in zich, ze delen hun liefde voor het leven en om er iets van te maken door er volop van te profiteren, waardoor ze er àlles willen uithalen… bon vivants quoi. Chloë: “Kevin heeft gelijk, op dat vlak kunnen de Kempenaren van ons iets leren (lacht). In Brussel is er altijd iets te doen, er beweeg iets”.

Wat betekent Brussel voor jullie?

“Als ik naar Brussel kom, voel ik dat dat mijn roots zijn. Het leven gaat snel, ik ben non stop bezig met vanalles als artiest en vader van twee meisjes. In Brussel kom ik dan thuis, zo van ‘Ja, ik zen van ee!’. Ik ben al in veel andere steden geweest maar hier is alles toch anders, hetzij op kleinere schaal. De stad is steeds in metamorfose, vele culturen leven er samen. Toch behoudt Brussel haar authenticiteit en bezorgt ze een gevoel van nostalgie. Ik ben het liefst positief over de hoofdstad, Brussel blijft Brussel. Op een bepaald ogenblik kende Brussel het grootst aantal coronabesmettingen ter wereld, ongelooflijk voor zo’n kleine stad, het gebeurde als het ware en stoemelings. Maar Brusselaars moet je geen regels opleggen, dan luisteren ze niet. Ze nemen het hele gegeven niet te serieus. Zonder de crisis hou ik er van de mensen, de cafés, de restaurants, de talen die ik hoor. C’est mon peuple, hoe ze spreken, het is een spel dat de Brusseleirs spelen, waar ik graag in meega”, legt Kevin uit.

Wat brengt de toekomst?

Chloë: “er zijn nog veel dingen die ik wil doen, tegenwoordig wil ik er niet te hard meer mee bezig zijn en zien wat er op mij afkomt. Ik heb ondervonden dat als ik er teveel over nadenk, ik het dan onbewust zit te manipuleren en dan teleurgesteld ben als er niks van komt. Voor mijn kinderen is dat net zo, ze mogen doen wat ze willen, ik laat ze en ik wil vooral dat ze gelukkig zijn. Ik geef hen bewust het forain-zijn mee, maar ze kiezen zelf wat ze willen. Dat doe ik ook en ik heb dat ook op die manier meegekregen. Ik krijg energie van podiumwerk, voorts zal ik wel zien wat er mij hier nog allemaal te wachten staat.” Kevin: “ik beaam wat mijn zus zegt, ik zie wel wat er nog mag komen. Het liefst wil ik nog eens meespelen met het BVT en wie weet in een productie samen met Chloë. Veel is onzeker maar dat is zeker denk ik. Ik ben Chloë ’s grootste fan en bij benadering van de hele bende van het Brussels Volkstejoêter. Ik zie het allemaal wel gebeuren als de tijd daar is. Uiteraard hebben we als jonge mensen nog veel plannen die we willen realiseren. Maar de schoonste of leukste dingen overkomen je toch onverwacht. Het beste van wat mij overkomen is in het leven, was een surprise, voilà”.